Elke golf die je surft begon als wind, vaak honderden kilometers hier vandaan. Die energie reist over zee, sorteert zich onderweg tot lange lijnen en breekt bij ons op de zandbank. Als je dat eenmaal doorhebt, lees je elke verwachting beter en snap je ook waarom een harde westenwind soms niks oplevert.
Swell is deining. Golven die niet hier, maar ver weg door wind zijn gemaakt, en die als geordende lijnen naar de kust reizen.
Het gekke is dat het water niet meereist. Een waterdeeltje draait vooral in een klein kringetje rond dezelfde plek. Wat wél reist is energie. Die schuift als een rimpel door de zee. Pas vlak bij de kust, waar het ondiep wordt, loopt de golf vast op de zandbank, wordt hij steil en breekt hij.
Daarom kan het bij ons prima surfen zijn terwijl de wind allang is gaan liggen. Je surft dan de resten van een storm die een paar honderd kilometer verderop heeft staan blazen.
Van opzij gezien. Links klopt de wind een chaos op. Onderweg sorteert die chaos zich. Rechts komt er een nette golf aan die op de zandbank breekt.
Dat sorteren in stap 2 heet dispersie, en het is ook de reden dat een aankomende deining bijna altijd begint met kleine golven met veel tijd ertussen en pas daarna groter wordt. De snelste lopen nu eenmaal voorop. Hoe je dat terugziet in de cijfers staat in de gids over een golfverwachting lezen. Hoeveel water er in stap 3 op de bank staat, lees je in getij en surfen.
Wind wrijft over het water en geeft energie aan de zee. Hoe meer van deze drie, hoe groter de golven en hoe langer hun periode.
Hoe harder het waait, hoe meer energie er in de golven gaat zitten. Een stevige storm bouwt in een halve dag flinke golven op.
Blijft de wind uit dezelfde hoek staan, dan krijgen de golven tijd om te groeien. Draait hij steeds, dan blijft het klein en rommelig.
Dit is de aanloop. In het Nederlands heet dat strijklengte, in buitenlandse verwachtingen kom je hetzelfde tegen als fetch. Het is de afstand waarover de wind onafgebroken over open water blaast, en hoe meer zee er onder die wind ligt, hoe groter de golven worden. De Noordzee is klein, een paar honderd kilometer. De Atlantische Oceaan heeft er duizenden, en daarom zijn onze golven kleiner en korter dan die in Frankrijk of Portugal.
Strijklengte is niet hetzelfde als periode. Strijklengte is een afstand ver weg op zee, van toen de golf ontstond, en die zie je nooit in je app staan. De periode is tijd, hier bij jou, en die staat wél in elke verwachting. De strijklengte is dus de oorzaak en de periode het gevolg. Op het strand kijk je naar de periode, want dat is het enige van de twee dat je kunt meten.
Vlak bij de storm is de zee een chaos. Hoe verder de golven reizen, hoe meer ze zich ordenen.
Golven die hier en nu door de wind worden gemaakt. Ze lopen door elkaar heen, hebben allemaal een andere maat en er zit weinig tijd tussen de toppen. Rommelig om te surfen, en het is wel het gros van wat wij hier krijgen.
Golven die honderden kilometers hebben afgelegd. Ze hebben zich onderweg gesorteerd en komen als gelijke lijnen aan, met een langere periode, strakker en met meer kracht erin. Dat is het soort dag waar je op wacht.
Aan de periode, de seconden tussen twee golven, zie je dus hoe ver een golf gereisd heeft. Weinig seconden betekent windzee van dichtbij. Staan er veel seconden, dan heeft er ergens ver weg iets flinks gestaan. Hoe je dat afleest, staat in zo lees je een golfverwachting. Korte windzee vraagt trouwens om een andere plank dan lange deining: welk surfboard bij welke golf hoort staat in de plankgids.
Een golf kan alleen groot worden waar hij ruimte heeft. Kijk je naar de Noordzee, dan zie je meteen dat die ruimte maar aan één kant zit.
De Noordzee is een bak met bijna overal een rand omheen. Naar het oosten en zuiden ligt het vasteland. Naar het westen ligt Engeland. Er is maar één kant waar de zee echt doorloopt naar de Atlantische Oceaan, en dat is in het noorden, tussen Schotland en Noorwegen. Die poort is ongeveer 300 kilometer breed.
Naar het zuidwesten zit ook een gaatje, het Nauw van Calais. Maar dat is maar 34 kilometer breed en het is er ondiep. Daar past geen oceaandeining doorheen. Vandaar dat het zo scheef zit: de wind komt bij ons het vaakst uit het zuidwesten, maar de lange golven komen bijna altijd uit het noordwesten.
Dit is geen theorie. We hebben tien jaar aan metingen van Rijkswaterstaat opgehaald bij het Europlatform, een meetpaal 55 kilometer uit de kust bij Hoek van Holland, en zelf uitgesplitst naar de richting waar de golf vandaan kwam. De uitkomst past precies op de kaart.
| Waar de golf vandaan komt | Hoe vaak | Gemiddelde golf | Hoogste 5% | Aandeel van alle lange golven | Open zee die kant op |
|---|---|---|---|---|---|
| Noordwest tot noord326° tot 011° | 28% | 1,11 m | 2,57 m | 52% | Helemaal opendoor de poort de Atlantische Oceaan op |
| Westnoordwest tot noordwest281° tot 326° | 10% | 1,34 m | 3,19 m | 25% | 140 tot 680 kmdan de Engelse of Schotse kust |
| West236° tot 281° | 16% | 1,30 m | 2,94 m | 19% | 180 tot 220 kmdan Engeland |
| Zuid tot zuidwest191° tot 236° | 24% | 1,47 m | 2,90 m | 2% | Alleen via het Nauw van Calais34 km breed en ondiep |
| Vanaf het land011° tot 191° | 21% | 0,97 m | 2,00 m | 2% | Meteen landof hooguit de ondiepe Duitse Bocht |
Veeg opzij om de hele tabel te zien →
Lees de tabel van rechts naar links, dan zie je wat er aan de hand is. Uit het zuidwesten komen de meeste meters, uit het noordwesten de seconden. Uit het zuidwesten waait het bij ons het vaakst hard, dus daar staat gemiddeld de hoogste golf van 1,47 meter. Toch kwam van alle metingen met een lange periode maar 2 procent uit die hoek, tegen 77 procent uit de hoek tussen westnoordwest en noord. Daar ligt dan ook de ruimte.
In de praktijk werkt dat zo. Zie je in de verwachting een golf van 1,5 meter uit het zuidwesten, dan is dat vrijwel zeker wind die op dat moment staat te blazen, dus reken op kort en rommelig. Zie je 1,5 meter uit het noordwesten met een paar seconden meer periode, dan komt die golf ergens vandaan. Dat is de dag om vrij voor te nemen.
Waar deze cijfers vandaan komen. We hebben bij meetlocatie Europlatform van Rijkswaterstaat tien jaar tienminutenmetingen opgehaald: 522.623 metingen van de golfhoogte (Hm0), waarvan er 477.108 ook een golfrichting hadden. Die hebben we zelf in vijf richtingsbanden verdeeld. Met "lange golven" bedoelen we hier metingen waarbij de gemeten golfperiode (Tm02) 7 seconden of meer was. Dat waren er 455 in tien jaar tijd, dus het is echt uitzonderlijk. Let op: Tm02 is een ander getal dan de piekperiode die je in een surfverwachting ziet, en valt structureel lager uit. Vergelijk de banden dus met elkaar, niet met de seconden in je app. De afstanden in de laatste kolom hebben we zelf berekend: vanaf het Europlatform elke 20 kilometer een punt in die richting, en gekeken waar de zee ophoudt. Dat is dus nauwkeurig op 20 kilometer. De kaart hierboven is een vereenvoudigde tekening; de afstanden komen uit de berekening en niet uit het plaatje. Alle metingen zijn openbaar via Rijkswaterstaat Waterinfo.
De Noordzee is klein en ondiep, dus de wind heeft er weinig aanloop. Daardoor is bijna alles wat wij surfen windzee die hier vlakbij is opgeklopt: korte periode, snel op en snel weer weg. Dat maakt onze kust grillig, maar er valt wel vaker wat te surfen dan je zou denken.
Echte, langgereisde deining is zeldzaam. In diezelfde tien jaar metingen stond er gemiddeld 58 dagen per jaar even een golf met een periode van 6 seconden of meer. Op 33 van die dagen kwam hij uit de noordwesthoek. Van 7 seconden of meer waren het nog maar 5 dagen per jaar. Zie je zoiets in de verwachting staan, dan is dat geen gewone dag.
Die golf moet daarna nog over onze zandbanken breken, en hoeveel water daarop staat bepaalt het tij. Dat werken we uit in de gids over getij en surfen. Wanneer zo'n periode statistisch het vaakst langskomt, lees je bij de beste tijd om te surfen in Nederland. En de stroming die bij die banken hoort staat in stroming en muien bij het surfen.
Golven met een langere periode reizen sneller en voelen de zeebodem eerder. Daarom komen bij een aankomende deining de langste golven als eerste aan, en bouwt het op van klein-en-lang naar groter. Kijk in je verwachting dus net zo goed naar de periode als naar de hoogte.
WaveSpotter rekent dit voor je uit. Je ziet per uur de golfhoogte, de periode en de richting waar de golf vandaan komt, en de app kijkt per spot of die richting in de goede hoek valt. Daar komt één surfscore uit, per spot en per uur. Zie hoe de score werkt
Swell is deining. Het zijn golven die ver weg door wind zijn gemaakt en daarna als lange, geordende lijnen naar de kust reizen. Windzee is het tegenovergestelde: golven die hier en nu door de wind worden opgeklopt, rommelig en met een korte periode. Swell is de basis van goede surfgolven.
Wind wrijft over het water en geeft energie aan de zee. Drie dingen bepalen hoe groot het wordt. Hoe hard het waait. Hoe lang het uit dezelfde hoek blijft waaien. En hoeveel open zee de wind te pakken heeft, de aanloop of strijklengte, in het Engels fetch. Als de wind gaat liggen reizen die golven gewoon door als swell.
Windzee is jong. De golven zijn net opgeklopt, ze hebben allemaal een andere maat en er zit weinig tijd tussen. Swell is oud. Die golven hebben honderden kilometers gereisd, ze hebben zich onderweg gesorteerd en komen als gelijke lijnen aan. Het verschil zie je aan de periode: hoe meer seconden tussen twee golven, hoe meer swell en hoe minder windzee.
Uit het noordwesten tot noorden. Daar ligt de Noordzee open naar de Atlantische Oceaan, via de poort tussen Schotland en Noorwegen. Wij hebben tien jaar metingen van het Europlatform van Rijkswaterstaat doorgerekend. Van alle metingen met een lange periode kwam 77 procent uit de hoek tussen westnoordwest en noord. Uit het zuidwesten kwam maar 2 procent, terwijl daar wel de meeste wind vandaan komt.
Omdat het gat te klein is. Bij het Nauw van Calais is de zee maar 34 kilometer breed en ook nog eens ondiep. Daar past geen oceaandeining doorheen. Recht naar het westen houdt de zee bij ons al na ongeveer 200 kilometer op, want dan ligt Engeland er. De enige echte opening van de Noordzee ligt in het noorden en is daar ongeveer 300 kilometer breed.
Weinig echte deining, wel vaak golf. Het meeste wat wij surfen is windzee die hier vlakbij is opgeklopt. In tien jaar metingen op het Europlatform stond er gemiddeld 58 dagen per jaar even een golf met een gemeten periode van 6 seconden of meer. Op 33 van die dagen kwam die golf uit de noordwesthoek. Zie je zoiets in de verwachting staan, dan is dat bijzonder.
Golfhoogte, periode, wind en getij, stuk voor stuk uitgelegd met voorbeelden.
Het juiste momentMaand voor maand en uur voor uur, op basis van tien jaar metingen.
Eb en vloedWaarom laag of hoog water het verschil maakt, en hoe je de tijden opzoekt.
De kust op een rijWaar die golf het beste aankomt, per regio, met niveau en aandachtspunten.
WaveSpotter vertaalt golf, periode, wind en getij naar één score per spot en per uur. Gratis, met live webcams en een vooruitblik van zeven dagen.
Zet me op de lijst 🤙